Griep is een acute infectieziekte van de luchtwegen veroorzaakt door influenzavirus A of influenzavirus B. Elk jaar worden miljoenen mensen ziek door griep. Meestal veroorzaakt het een milde ziekte, maar voor mensen die als risicogroep worden beschouwd kan het ernstig en zelfs dodelijk zijn: mensen ouder dan 65 jaar, pasgeborenen en mensen met chronische aandoeningen.
Er wordt zelfs geschat dat het percentage mensen met een risico op griepinfectie in de Europese Unie 49,1% van de totale bevolking bedraagt. Daarom is de jaarlijkse griepvaccinatie voor bepaalde personen onmisbaar.
Wie zou zich moeten laten vaccineren?
Jaarlijkse griepvaccinatie wordt aanbevolen voor mensen ouder dan 65 jaar, zwangere vrouwen en mensen die direct contact hebben met risicogroepen. Daarnaast is het van groot belang om kinderen (ouder dan 6 maanden) en volwassenen met chronische aandoeningen zoals astma, diabetes, nierziekten, ziekten van het immuunsysteem of obesitas, onder andere, te vaccineren. Deze aandoeningen kunnen soms pas later optreden.
Via een genetische test kan de aanleg worden vastgesteld voor bepaalde aandoeningen die ontstaan als gevolg van complicaties door het vaccin. Voor deze mensen wordt jaarlijkse vaccinatie ook sterk aanbevolen.
Genetische verandering van het virus
Een van de kenmerken van griep is de hoge besmettelijkheid van de ene persoon op de andere. Griep komt vooral in de winter voor en op epidemische wijze, dat wil zeggen dat er elk jaar een seizoen is waarin een grote activiteit en circulatie van het influenzavirus kan plaatsvinden. Dit vormt een belangrijk gezondheidsprobleem, omdat het complicaties en soms zelfs de dood kan veroorzaken. Het griepvirus heeft een jaarlijkse incidentie van 5-10% bij volwassenen en 20-30% bij kinderen.
Het influenzavirus A of B vertoont een grote genetische variabiliteit. De variatie kan het gevolg zijn van genetische drift, dat wil zeggen de ophoping van puntmutaties in de genen die coderen voor de oppervlakte-eiwitten van het virus (oppervlakte-antigenen). Deze variaties leiden tot de verschijning van nieuwe griepvirussen in elk seizoen. Daardoor wordt het griepvaccin jaarlijks aangepast aan de stammen waarvan wordt gedacht dat ze in elk seizoen zullen circuleren.
Een andere variatie die het griepvirus kan ondergaan is het gevolg van een genetische uitwisseling tussen dierlijke en menselijke virussen, waardoor deze nieuwe virussen van de ene persoon op de andere kunnen worden overgedragen. In dat geval kan het nieuwe virus leiden tot een pandemie, die wordt gekenmerkt doordat zij de bevolking over de hele wereld treft, zoals bijvoorbeeld COVID-19, de Mexicaanse griep, de Spaanse griep of de Aziatische griep.
Daarom is het essentieel om vaccinatiecampagnes te bevorderen, want de variabiliteit van dit virus zorgt ervoor dat iemand in een andere fase van zijn leven opnieuw griep kan krijgen als gevolg van het verlies van effectiviteit van eerder gevormde antistoffen.
Bevat het vaccin het virus?
Maar wat zijn vaccins eigenlijk? Vaccins zijn preparaten die bestaan uit een stof die lijkt op het micro-organisme dat de ziekte veroorzaakt. Wanneer dit verzwakte onderdeel (maar niet in staat om de ziekte te veroorzaken) in het lichaam van een persoon wordt ingebracht, herkent het lichaam dit als iets vreemds en maakt het er antistoffen tegen aan. Dankzij het immunologisch geheugen zal de immuunrespons van de persoon veel sneller en doeltreffender zijn wanneer hij met het virus in contact komt.
Toch kan de toediening van vaccins bepaalde ongewenste effecten veroorzaken. Een bijwerking van vaccins is een schadelijke en onbedoelde reactie die mild, matig of ernstig kan zijn. Vaccins worden preventief toegediend aan gezonde mensen en daarom is het van het grootste belang dat zij een maximaal veiligheidsprofiel hebben. Daarnaast is het belangrijk om de voorzorgsmaatregelen en contra-indicaties van elk vaccin te kennen om te voorkomen dat de gezondheid van de persoon in gevaar wordt gebracht.
Bijwerkingen worden volgens de WHO ingedeeld in reacties veroorzaakt door vaccinatie, reacties door defecten in de kwaliteit van het vaccin (als gevolg van de intrinsieke kenmerken ervan), reacties als gevolg van programmatische fouten (opslag, transport, hantering of toediening) en reacties veroorzaakt door angst voor de vaccinatiehandeling.
De bijwerkingen van het influenzavaccin zijn meestal mild en kunnen in feite zonder medische ondersteuning verdwijnen. Enkele van de meest voorkomende reacties op de injectieplaats zijn pijn, roodheid en zwelling; daarnaast kunnen ook systemische reacties optreden zoals koorts, misselijkheid, myalgie en hoofdpijn. Het is opvallend dat de wetenschappelijke literatuur laat zien dat bijwerkingen vaker voorkomen bij jonge mensen dan bij ouderen, en vooral vaker bij vrouwen dan bij mannen. Jonge vrouwen, de witte bevolking en ouderen zijn echter de groepen die het vaakst het vaccin ontvangen.
Daarom is het interessant om de genetische factoren te kennen die verband houden met de bijwerkingen van het vaccin, omdat dit het mogelijk zou maken om schadelijke effecten vóór vaccinatie te voorspellen en zo de schadelijkheid ervan zoveel mogelijk te verminderen. Deze genetische informatie kun je verkrijgen via de genetische analyse van tellmeGen.
