ADHD en genetica: wat zegt jouw DNA over de aandachtstekortstoornis en de behandeling daarvan?

Ontdek hoe je genetica van invloed is op ADHD en op behandelingen zoals atomoxetine. Maak gebruik van de farmacogenetica om je medicatie te personaliseren, trial-and-error te vermijden en op een veilige manier de juiste dosering te vinden.

Bijgewerkt op
TDAH y genética: Qué dice tu ADN sobre el déficit de atención y su tratamiento

In de afgelopen jaren hebben we een echte "boom" meegemaakt in diagnoses van Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD). Deze stijging heeft zich met name voorgedaan bij volwassenen; mensen die een groot deel van hun leven het gevoel hebben gehad "anders", wispelturig of onbegrepen te zijn, en die eindelijk een naam kunnen geven aan hoe hun hersenen werken.

ADHD hebben is geen kwestie van een slechte houding, gebrek aan inspanning of een verkeerde opvoeding. Het is een aandoening met een diepe biologische basis. En het meest fascinerende is dat juist diezelfde biologie, vastgelegd in onze genen en gemoduleerd door de omgeving, ons vandaag de dag in staat stelt om de stoornis beter te begrijpen en de medische behandeling te verfijnen om de levenskwaliteit van neurodivergente mensen te verbeteren.

Waarom zit ADHD "in de familie"?

Wie ADHD heeft of samenwoont met iemand die het heeft, herkent al snel dezelfde patronen bij andere familieleden. Dat is geen toeval.

ADHD is een van de aandoeningen met de hoogste erfelijkheidssgraad, variërend tussen 70% en 80%. Dit betekent dat als een vader of moeder ADHD heeft, de kans heel groot is dat hun kind deze neurodivergentie ook vertoont.

De genetica van ADHD is echter complex. Er bestaat niet zoiets als "het ADHD-gen". Het is een polygene aandoening, wat betekent dat er meerdere genen bij betrokken zijn die nauw samenwerken met de omgeving. Veel van deze genen zijn betrokken bij de manier waarop onze hersenen sleutelneurotransmitters zoals dopamine en noradrenaline beheren, die fungeren als de echte "brandstof" voor ons vermogen tot concentratie, motivatie en impulsbeheersing.

De grote uitdaging van ADHD

Iedereen die met ADHD leeft, weet dat het krijgen van een diagnose een opluchting is, maar dat het starten met medicatie vaak een ware rollercoaster is.

Het traditionele proces is gebaseerd op trial-and-error. Wat voor de ene persoon vanaf dag één het leven ten goede verandert, heeft bij een ander misschien geen enkel effect, of erger nog: het veroorzaakt ondraaglijke bijwerkingen waardoor de behandeling wordt gestaakt.

Waarom gebeurt dit als de diagnose hetzelfde is? Omdat elke lever medicijnen op een andere snelheid verwerkt en metaboliseert. Bovendien is elk brein uniek en kan het anders reageren. En het is precies hier dat de genetica een cruciale hulp kan bieden.

Farmacogenetica en atomoxetine

De farmacogenetica is de wetenschap die bestudeert hoe jouw genen van invloed zijn op de manier waarop jouw lichaam reageert op medicijnen. In het geval van ADHD is deze informatie goud waard.

Een van de meest voorgeschreven en effectieve niet-stimulerende medicijnen voor de behandeling van ADHD is atomoxetine. De functie hiervan is te helpen om stabiele noradrenalineniveaus in de hersenen te behouden, waardoor de aandacht verbetert en de impulsiviteit afneemt.

Maar wil atomoxetine goed werken, dan moet het door de lever worden gemetaboliseerd (verwerkt en uitgescheiden). Degene die dit werk uitvoert is een enzymatische "machine" genaamd het CYP2D6-enzym. Afhankelijk van de genetica waarmee je bent geboren, werkt jouw CYP2D6-enzym in een ander tempo, en de resultaten van jouw genetische analyse van tellmeGen zullen dit onthullen:

  • Als je een langzame metaboliseerder bent: Als je de standaarddosis inneemt, hoopt het medicijn zich op in je bloed en schiet het risico op bijwerkingen (zoals misselijkheid, extreme vermoeidheid of duizeligheid) omhoog.
  • Als je een ultrasnelle metaboliseerder bent: Je lichaam breekt het medicijn zo snel af dat de medicatie geen tijd krijgt om haar werk in de hersenen te doen. Je zult het gevoel hebben dat "het geen effect heeft".

Het kennen van je farmacogenetische profiel geeft je kracht als patiënt. Het betekent dat je maanden van frustratie bespaart, het aantal doktersbezoeken voor aanpassingen drastisch vermindert, vervelende bijwerkingen vermijdt en je apotheekkosten optimaliseert.

Als je ADHD hebt en overweegt om met een behandeling te starten of de huidige te veranderen, raadpleeg dan je genetische informatie om op safe te spelen.

Maak van je genetische informatie een bondgenoot voor je behandeling. Ontdek wat jouw genen zeggen over je reactie op medicijnen.